drol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

drollen van honden vormen een probleem in de openbare ruimte
Uitspraak
Woordafbreking
  • drol
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘keutel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1903 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord drol drollen
verkleinwoord drolletje drolletjes

Zelfstandig naamwoord

drol m

  1. uitwerpsel, ontlasting
    • Die honden laten altijd drollen achter op het trottoir. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

drol

  1. drol; uitwerpsel, ontlasting
Afgeleide begrippen


Veluws

Zelfstandig naamwoord

drol

  1. drol; uitwerpsel, ontlasting
Afgeleide begrippen