grappenmaker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grap·pen·ma·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grappenmaker grappenmakers
verkleinwoord grappenmakertje grappenmakertjes

Zelfstandig naamwoord

grappenmaker m

  1. Een persoon die grappen en grollen maakt. Een komiek.
    • Een nar of hofnar is de officiële grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.