dach

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Middelhoogduits

Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Germaans

Zelfstandig naamwoord

dach, o

  1. bedekking, omhulsel
  2. deken: paaredendeck, rugkleed; bedsprei
  3. (kleding) cape, mantel, schoudermantel
  4. (figuurlijk) het menselijk lichaam als een schelp (een gewaad van de ziel)
Verbuiging
Overerving en ontlening
Opmerkingen


Pools

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

dach m

  1. (bouwkunde) dak