doch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doch

Voegwoord

doch

  1. echter, maar
    • Hij was geen edel mens, doch een schoft. 
    • De heer Olivier B. Bommel eet meestal een eenvoudige, doch voedzame maaltijd. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.