crimineel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cri·mi·neel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord crimineel criminelen
verkleinwoord crimineeltje crimineeltjes

Zelfstandig naamwoord

crimineel m

  1. (juridisch) iemand die de wet breekt
    • De politie heeft een aantal zware criminelen van hun bed gelicht. 
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen crimineel crimineler crimineelst
verbogen criminele criminelere crimineelste
partitief crimineels criminelers -

Bijvoeglijk naamwoord

crimineel

  1. met betrekking tot misdaad, misdadig
    • EU wil einde aan criminele activiteiten banken [3] 
    • Het onderzoek toont dat meisjes steeds crimineler worden. 
  2. strafrechtelijk
  3. (informeel) (verouderd) geweldig, buitengewoon
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen