geweldig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wel·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van geweld met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geweldig geweldiger geweldigst
verbogen geweldige geweldigere geweldigste
partitief geweldigs geweldigers -

Bijvoeglijk naamwoord

geweldig

  1. bijzonder groot, enorm
    • Een geweldig ongeval waarbij tientallen auto's tegen elkaar botsten. 
     Was hun koning, Willem de Veroveraar, niet tijdens een geweldige storm, dankzij de heilige Nicolaas, veilig van Normandië naar Engeland gevaren? Want Nicolaas was in staat de wind en de onstuimige kracht der golven te doen bedaren![1]
  2. bijzonder goed
    • Je bent heel erg geweldig! 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 10