geweldig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wel·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van geweld met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geweldig geweldiger geweldigst
verbogen geweldige geweldigere geweldigste
partitief geweldigs geweldigers -

Bijvoeglijk naamwoord

geweldig

  1. bijzonder groot, enorm
    • Een geweldig ongeval waarbij tientallen auto's tegen elkaar botsten. 
  2. bijzonder goed
    • Je bent heel erg geweldig! 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.