misdadig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·da·dig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen misdadig misdadiger misdadigst
verbogen misdadige misdadigere misdadigste
partitief misdadigs misdadigers -

Bijvoeglijk naamwoord

misdadig

  1. van of als van een misdaad of misdadiger
    • Die jongens hebben gisteren een misdadige streek uitgehaald. 

Bijwoord

misdadig

  1. in te hoge mate
    • Wat een misdadig duur huis is dit! 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.