chemie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

chemie
Uitspraak
Woordafbreking
  • che·mie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chemie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

chemie v

  1. (wetenschap) wetenschap die zich bezig houdt met de kennis van de stoffen zoals die zijn opgebouwd uit atomen
    - „Dit is zeer interessant. En ook zeer relevant voor de manier waarop wij met plastics omgaan”, zegt Bert Klein Gebbink, hoogleraar Organische chemie en katalyse aan de Universiteit Utrecht, die zelf niet bij het onderzoek betrokken is. Volgens hem brengt dit onderzoek de zogeheten chemische recycling van plastics een stap dichterbij.[2]
  2. (figuurlijk) harmonieuze samenwerking, m.n. in politieke context
    - Er bestaat goede chemie tussen de hoofdrolspelers Rutte, Verhagen en Wilders.[3]
    - Er zijn verschillende redenen om van toneel te houden: omdat een voorstelling bijvoorbeeld het resultaat kan zijn van de chemie tussen acteur en zaal.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Marcel aan de Brugh NRC 21 juni 2016
  3. Volkskrant 2011
  4. Ellen Deckwitz NRC 23 juni 2016


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord chemie -

Zelfstandig naamwoord

chemie

  1. (wetenschap) scheikunde
Synoniemen


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

chemie v

  1. (wetenschap) scheikunde