cement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

cement in zak
Uitspraak
Woordafbreking
  • ce·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord cement -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

cement o en m

  1. (bouwkunde) een bouwmateriaal bestaande uit kalk, zand en grind
    Het cement was in de truck hard geworden.
    Het bindmiddel voor dit zogeheten brikkenbeton was geen cement, maar een mengsel van kalk en tras, gemalen tufsteen uit de Eifel. Het werd al in de Romeinse tijd gebruikt, onder andere voor de koepel van het Pantheon. [1]
  2. een vulstof voor onder andere kiezen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het cement van iets zijn
datgene zijn wat alles bij elkaar houdt
Er zit een gevarieerde groep tussen, die, hoe diffuus ook, één kenmerkt deelt: het zijn sociale stijgers: de ouders hebben ten opzichte van hún ouders een grote stap vooruit gemaakt in opleiding en inkomen, maar halen (nog) niet het opleidingsniveau en de werkomvang van de hogere middenklasse. Deze kinderen zijn het cement van de stad.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Joost van Kasteren NRC 14 mei 2016
  2. Annemiek Leclaire NRC 26 mei 2016


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

cement m

  1. (bouwkunde) cement
Afgeleide begrippen


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

cement m

  1. (bouwkunde) cement
Afgeleide begrippen