tandheelkunde

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tand·heel·kun·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tandheelkunde -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de tandheelkundev

  1. (wetenschap) wetenschap voor de verzorging van de tanden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be