informatiebron

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·for·ma·tie·bron
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord informatiebron informatiebronnen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

informatiebron v / m

  1. instantie of persoon van wie men informatie krijgt
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.