oorsprong

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·sprong
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aanvang’ voor het eerst aangetroffen in 1301 [1]
  • Oud-Nederlands oersprong
  • afgeleid van sprong met het voorvoegsel oor- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord oorsprong oorsprongen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oorsprong m

  1. herkomst
  2. begin
  3. (wiskunde) snijpunt van de basisvectoren van een vectorruimte
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

oorsprong

  1. oorsprong; herkomst


Stellingwerfs

Zelfstandig naamwoord

oorsprong

  1. oorsprong; herkomst