backboard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • back·board
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord backboard backboards
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

backboard o

  1. (sport) het bord achter de korf bij basketball
    • De bal stuiterde tegen het backboard en ging alsnog in. 

Gangbaarheid