wakeboard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wake·board
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wakeboard wakeboards
verkleinwoord wakeboardje wakeboardjes

Zelfstandig naamwoord

wakeboard o

  1. (sport) korte, brede waterski, waarop men door een motorboot wordt voortgetrokken

Werkwoord

vervoeging van
wakeboarden

wakeboard

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wakeboarden
    • Ik wakeboard. 
  2. gebiedende wijs van wakeboarden
    • Wakeboard! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wakeboarden
    • Wakeboard je? 

Gangbaarheid