aker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: åker
Een waterput met aker (2).

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aker
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] leenwoord met als ontwikkelingsweg[1]:
Middelnederlands: (h)aker, eker «watervat, emmer»
Latijn: aquarium «watervat» (vgl. Frans: aiguière; évier)
Middelnederlands: aecker, aker, akeren o
Germaans: *akrana/*akarna
Indo-Europees: *h1éh3g-o- «bes»
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: acorn (Angelsaksisch: æcern), Fries: aker
Noord: IJslands: akarn (Oudnoors: akarn)
Oost: Gotisch: akran o «vrucht»
  • Andere Indo-Europese talen:
Slavisch: Russisch: ягода «bes» (Proto-Slavisch: *(j)agoda)
Baltisch: Litouws: uoga «bes»
Keltisch: Iers: áirne «sleedoorn»
enkelvoud meervoud
naamwoord aker akers
verkleinwoord akertje akertjes

Zelfstandig naamwoord

aker m

  1. koperen of ijzeren emmertje, dat men aan een touw neerlaat om water te putten
    Zonder aker kunnen we geen water uit de put halen.
  2. (verouderd) eikel, vrucht van de eik
    Akers zijn een belangrijk bestanddeel van de wintervoorraad van eekhoorns.
  3. een soort kwastje, bedoeld als kledingversiersel
    In de klederdracht van Marken zijn nog steeds akers te zien.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.



Noors

Woordafbreking
  • aker
Naar frequentie > 50000

Werkwoord

aker

  1. tegenwoordige tijd van ake