lende

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • len·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lende lenden
lendenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lende v/m

  1. (anatomie) laagste deel van de rug voor het kruis
    • De lendenen omgord en brandende de lampen!
      Neemt saam de plooien van het slepende gewaad,
      Dat gij moogt vaardig zijn tot werken, dienen, kampen,
      Tot scheiden – als Gods ure slaat.[2]
       
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. P.A. de Génestet