afwikkelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wik·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afwikkelen
wikkelde af
afgewikkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

afwikkelen

  1. overgankelijk een opgewikkelde draad of kabel van de spil verwijderen door deze te draaien
    • Hij had de draad te ver ineens afgewikkeld en deze raakte daardoor hopeloos verward in een grote knoop. 
  2. overgankelijk een bepaalde zaak geheel afhandelen
    • Die boedelscheiding moet eerst nog afgewikkeld worden. 
     Als hij het goed speelde, was de zaak definitief afgewikkeld en iedereen blij.[1]
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be