afwikkelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wik·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afwikkelen
wikkelde af
afgewikkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

afwikkelen

  1. overgankelijk een opgewikkelde draad of kabel van de spil verwijderen door deze te draaien
    • Hij had de draad te ver ineens afgewikkeld en deze raakte daardoor hopeloos verward in een grote knoop. 
  2. overgankelijk een bepaalde zaak geheel afhandelen
    • Die boedelscheiding moet eerst nog afgewikkeld worden. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.