afwikkeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wik·ke·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwikkeling afwikkelingen
verkleinwoord afwikkelingetje afwikkelingetjes

Zelfstandig naamwoord

afwikkeling v

  1. het losrollen van een draad of kabel die om een spil gerold zit
    • De afwikkeling van de rol met kerstlichtjes moet je voorzichtig doen met twee personen want anders gaan of de lampje kapot of de draad komt in de war. 
  2. overdrachtelijk het tot een goed einde brengen van een erfenis of andere zakelijke transactie
    • De afwikkeling van een erfenis is altijd een langdurig proces. 
     Naast hun verdriet voelden zij eveneens ergernis over de afwikkeling van toi.[1]
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2