aak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord aak aken
verkleinwoord aakje aakjes
Woordafbreking
  • aak

Zelfstandig naamwoord

aak

  1. m bepaalde soort esdoorn, in het overgrote deel van de gevallen Spaanse aak
  2. v/m (scheepvaart) lang vaartuig met een platte bodem en een brede boeg
  3. v/m in Friesland wordt er een klein roei- of zeilvaartuig, bestemd voor de visserij mee bedoeld

J. van Beylen, P.A. de Grootte, Anthony van Kampen, J.A.M. Kramer, L.L. von Münching. Maritieme Encyclopedie , C. de Boer Jr., Bussum.

Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord aak ake
verkleinwoord akie akies

Zelfstandig naamwoord

aak

  1. (scheepvaart) aak