sleepaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sleep·aak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sleepaak sleepaken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sleepaak v/m

  1. plat vrachtschip zonder eigen voortstuwing; platte rivierboot zonder eigen voortstuwing
     Zondag zal de berging van het verongelukte toestel voortgezet worden. Experts hadden er zaterdag tot diep in de nacht aan gewerkt om het intussen met water volgelopen wrak op een sleepaak te hijsen, waardoor ook de zwarte dozen in de staart van het toestel gerecupereerd kunnen worden.[1]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron dsl “'Held van de Hudson' wilde ramp vermijden” (18/01/2009), De Standaard