vast
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vast
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vast | vaster | meest vast |
| verbogen | vaste | vastere | meest vaste |
Bijvoeglijk naamwoord
vast
- stevig
- De vaste verbinding moest met een zaag weer losgemaakt worden.
- permanent
- Er is een vaste oeververbinding, zodat auto's makkelijk op en neer kunnen rijden.
- (thermodynamica) kristallijn of amorf
- IJs is de vaste vorm van water.
Antoniemen
Verwante begrippen
Bijwoord
vast
- niet los, stevig bevestigd
- Dat deel is er vast aan verbonden.
- niet los te krijgen, muurvast
- Die schroef zit vast en zullen we op een andere manier los moeten maken.
- hoogstwaarschijnlijk.
- Die zit vast zonder geld.
Antoniemen
- [1],[2] los
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Dat staat zo vast als een huis
- Dat is volkomen zeker.
Vast en zeker
- Zeer waarschijnlijk.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vasten |
vast