tijdelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- tij·de·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | tijdelijk | ||
| verbogen | tijdelijke |
Bijvoeglijk naamwoord
tijdelijk
Vertalingen
1. voor een beperkte tijd, niet permanent
Bijwoord
tijdelijk
Vertalingen
1. voor een beperkte tijd, niet permanent