bevestigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bevestigen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- be·ves·ti·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bevestigen |
bevestigde |
bevestigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bevestigen
- (ditransitief) iemand mededelen dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
- Van zijn moeder konden we het verhaal van deze jongeman bevestigd krijgen.[1]
- (overgankelijk) vastmaken
- Het uithangbord werd met een metalen beugel aan de voorgevel bevestigd.
- (overgankelijk) overtuigender maken
- (overgankelijk) iemand plechtig in een rang of waardigheid installeren
- Hij is opnieuw bevestigd in zijn ambt.
- (overgankelijk), (religie) een huwelijk ~: een huwelijk kerkelijk inzegenen
Synoniemen
- [1] affirmeren, beamen
- [2] vastmaken
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. zeggen dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
2. vastmaken