vastbinden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- vast·bin·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vastbinden |
bond vast |
vastgebonden |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
vastbinden
- ketenen, bevestigen met veter of touw
- Ik zal dat wel even met een touwtje vastbinden.
Antoniemen
Vertalingen
1.