vastbinden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • vast·bin·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vastbinden
bond vast
vastgebonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

vastbinden

  1. ketenen, bevestigen met veter of touw
    Ik zal dat wel even met een touwtje vastbinden.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen