stevig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·vig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stevig steviger stevigst
verbogen stevige stevigere stevigste

Bijvoeglijk naamwoord

stevig

  1. van aanzienlijk sterkte
    De bokser deelde in die ronde een paar stevige klappen uit.
  2. fors, van grote omvang
  3. flink, behoorlijk
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stevigen

stevig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stevigen
    Ik stevig.
  2. gebiedende wijs van stevigen
    Stevig!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stevigen
    Stevig je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl