vasthouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ze houdt de hond vast.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·hou·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vasthouden
hield vast
vastgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

vasthouden

  1. (overgankelijk) beletten dat iets losgaat
    Hij hield de hamer stevig vast.
Vertalingen