steevast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stee·vast
stellend
onverbogen steevast
verbogen steevaste

Bijvoeglijk naamwoord

steevast

  1. vast, onveranderbaar
    Ze zitten vastgeroest in de steevaste overtuiging dat het ooit nog eens gaat gebeuren.
    Het was mijn steevaste voornemen om nooit meer te gaan roken.

Bijwoord

steevast

  1. altijd, steeds maar weer
    Hij komt steevast te laat.