tuinier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tui·nier
enkelvoud meervoud
naamwoord tuinier tuiniers
verkleinwoord tuiniertje tuiniertjes

Zelfstandig naamwoord

tuinier m

  1. (beroep) iemand die beroepsmatig tuinen aanlegt en verzorgt
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tuinieren

tuinier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuinieren
    Ik tuinier.
  2. gebiedende wijs van tuinieren
    Tuinier!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuinieren
    Tuinier je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen