achtertuin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·tuin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achtertuin achtertuinen
verkleinwoord achtertuintje achtertuintjes

Zelfstandig naamwoord

achtertuin m

  1. een tuin aan de achterzijde van een huis
    Ze zaten gezellig in hun achtertuintje.
Antoniemen
Hyperoniemen