have
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Deens
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·ve·ne
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord hagi.
Zelfstandig naamwoord
have m
- (tuinieren) tuin (bijv. een groentetuin, moestuin)
- (tuinieren) tuin (bijv. een siertuin)
- (tuinieren) volkstuin
- tuin, landschapstuin (bijv. een Engelse tuin)
- park
- ruimte met grote ramen (of dakramen) waar het mogelijk is (tropische) planten te laten groeien het hele jaar door (wintertuin)
- (religie), (figuurlijk) Tuin van Eden (paradijs)
Synoniemen
- [5]: park
Afgeleide begrippen
- [1]: køkkenhave
- [1]: nyttehave
- [1]: urtehave
- [1-2]: forhave
- [1-2]: skolehave
- [2]: prydhave
- [2]: rosenhave
- [3]: kolonihave
- [4-5]: havekultur
- [4-5]: havekunst
- [6]: vinterhave
- [7]: Edens Have
- [7]: Paradisets Have
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
- [1-2]: botanisk have
een botanische tuin, hortus botanicus
- [2]: den engelske have
de Engelse tuin
- [2]: den japanske have
de Japanse tuin
- [5]: zoologisk have
dierentuin, dierenpark, zoo
Zelfstandig naamwoord
have, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van hav
Engels
| Naar frequentie | 8 |
|---|
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to have |
| he/she/it | has |
| verleden tijd | had |
| voltooid deelwoord |
had |
| onvoltooid deelwoord |
having |
| gebiedende wijs | have |
Werkwoord
have
- (overgankelijk) hebben
- (hulpwerkwoord) hebben
- (hulpwerkwoord) (to + infinitief) moeten
- «I have to go.»
- Ik moet gaan.
- «I have to go.»
- (overgankelijk) baren
Noors
Zelfstandig naamwoord
have m
Categorieën:
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Tuinieren in het Deens
- Religie in het Deens
- Figuurlijk in het Deens
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Hulpwerkwoord in het Engels
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Tuinieren in het Noors