rond
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | rond | ronder | rondst |
| verbogen | ronde | rondere | rondste |
Woordafbreking
- rond
Bijvoeglijk naamwoord
rond
- cirkelvormig
- Koning Arthur zat aan een ronde tafel met zijn ridders, in plaats van zich aan het hoofd te plaatsen.
- (oenologie) soepel, zacht, niet scherp, half strak.
- De wijn heeft een ronde smaak.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Voorzetsel
rond
- om
- Een reis rond de wereld.
- omstreeks
- Ik kom vanavond rond 8 uur.
Bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- ronddraaien: Zij draaide van duizeligheid rond