dronken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /drɔŋkə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /drɔŋkə(n)/
Woordafbreking
- dron·ken
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | dronken |
| verbogen | dronken |
Bijvoeglijk naamwoord
dronken
- onder invloed van alcohol
- Er zijn tegenwoordig steeds meer dronken bestuurders.
Vertalingen
1. onder invloed van alcohol
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| drinken |
dronken
- meervoud verleden tijd van drinken
- Wij dronken.
- Jullie dronken.
- Zij dronken.
- Wij dronken.