vol
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: vol (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vɔɫ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /vɔl/
Woordafbreking
- vol
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vol | voller | volst |
| verbogen | volle | vollere | volste |
Bijvoeglijk naamwoord
vol
- geheel gevuld
Antoniemen
Afgeleide begrippen
- eervol, succesvol, waardevol
- volbrengen, volhouden, volledig, vollopen, volstaan, voltijds, volwassen, volzet
Uitdrukkingen en gezegden
de volle zee
- de open zee, ver verwijderd van de kust
volle maan
- de schijngestalte van de maan waarbij de maan, vanaf de zon gezien, zich aan de andere zijde van de aarde bevindt
Vertalingen
1. geheel gevuld
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vollen |
vol
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vollen
- Ik vol.
- gebiedende wijs van vollen
- Vol!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vollen
- Vol je?
Frans
Zelfstandig naamwoord
vol m
- vlucht; het zich door luchtruim bewegen.
Volapük
Zelfstandig naamwoord
vol