rondom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[2] De kinderen zitten rondom de tafel.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·om

Voorzetsel

rondom

  1. in de buurt van, ongeveer tijdens
    Rondom kerst is er vaak sneeuw.
  2. een plaats omcirkelend
    Rondom het stadhuis zijn een aantal bloemenwinkels.
Vertalingen