port

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • port
1. enkelvoud meervoud
naamwoord port porten
verkleinwoord
2. enkelvoud meervoud
naamwoord port
verkleinwoord portje portjes

Zelfstandig naamwoord

port

  1. m en o: vrachtloon
    Hij had het port niet betaald.
  2. m: een zoetige wijn, oorsponkelijk uit de streek rond Porto
    Lust je en portje?

Werkwoord

vervoeging van
porren

port

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van porren
    Jij port.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van porren
    Hij port.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van porren
    Port!


Engels

Zelfstandig naamwoord

port

  1. haven;
  2. bakboord o; de linkerzijde als men van op een schip naar de boeg kijkt.


Frans

Zelfstandig naamwoord

port m

  1. haven
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen