port
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- port
| 1. | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | port | porten |
| verkleinwoord |
| 2. | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | port | |
| verkleinwoord | portje | portjes |
Zelfstandig naamwoord
port
- m en o: vrachtloon
- Hij had het port niet betaald.
- m: een zoetige wijn, oorsponkelijk uit de streek rond Porto
- Lust je en portje?
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| porren |
port
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van porren
- Jij port.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van porren
- Hij port.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van porren
- Port!
Engels
Zelfstandig naamwoord
port
Frans
Zelfstandig naamwoord
port m