porren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- por·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| porren |
porde |
gepord |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
porren
- (inergatief) stoten met de hand, een stok of ander langwerpig voorwerp
- Hij porde eens flink in de verstopte afvoer en de verstopping schoot los.
- (overgankelijk) iemand ~: iemand in alle vroegte wakker maken
- Ik zal je wel porren!
Zelfstandig naamwoord
porren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord por