poort
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- poort
Woordherkomst en -opbouw
- Van Latijn porta ( poort). Verwant met Grieks poros (weg door/over het water, brug). Uiteindelijk van het Proto-Indo-Europees *prtu- (doorgang), van welke stam bijvoorbeeld ook zijn afgeleid: Nederlands voorde (doorwaadbare plaats), Noors fjord (fjord), Engels port (haven) en Avestisch peretush (doorgang, brug, voorde).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | poort | poorten |
| verkleinwoord | poortje | poortjes |
Zelfstandig naamwoord
- Met deuren afsluitbare doorgang door een muur
- logische poort: een elektrische schakeling die werkt volgens de Booleaanse Logica
- een uit- or toegang voor informatie in een computer
Vertalingen
1. met deuren afsluitbare doorgang door een muur
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.