luik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- luik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | luik | luiken |
| verkleinwoord | luikje | luikjes |
Zelfstandig naamwoord
luik o
- openklappend vlak, klapdeur
- Achter het ene luik is een echte prijs verborgen, achter de andere zit een troostprijs.
- (scheepvaart) afdekking van een scheepsruim
- openklappende plank die een raam afdekt en beschermt
- onderdeel van een altaar-schilderij
Synoniemen
- [3] blind, vensterluik
Afgeleide begrippen
- [2] scheepsluik
Verwante begrippen
Vertalingen
1. openklappend vlak, klapdeur
3. openklappende plank die een raam afdekt en beschermt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.