luik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luik
enkelvoud meervoud
naamwoord luik luiken
verkleinwoord luikje luikjes

Zelfstandig naamwoord

luik o

  1. openklappend vlak, klapdeur
    Achter het ene luik is een echte prijs verborgen, achter de andere zit een troostprijs.
  2. (scheepvaart) afdekking van een scheepsruim
  3. openklappende plank die een raam afdekt en beschermt
  4. onderdeel van een altaar-schilderij
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen