passage

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·sa·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord passage passages
verkleinwoord passagetje passagetjes

Zelfstandig naamwoord

passage

  1. (medisch) ontlasting, doorgang
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen