pit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pit | pitten |
| verkleinwoord | pitje | pitjes |
Zelfstandig naamwoord
pit
- zaadhoudende kern van verschillende vruchten.
- lont van een kaars.
- werkplaats langs een circuit voor auto- of motorsport.
- energie
- Daar zit pit in.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.