leggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leg·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
leggen
legde, lei
gelegd, geleid
zwak -d volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

leggen

  1. (overgankelijk) doen liggen
    Hij legde het tijdschrift op de tafel.
Uitdrukkingen en gezegden
  • beslag leggen op iets
  • het vonnis ten uitvoer leggen
  • in de as leggen
Opmerkingen
  • De vormen lei en geleid behoren niet tot de standaardtaal.
Vertalingen