tip
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tip
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | tip | tippen |
| verkleinwoord | tipje | tipjes |
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | tip | tips |
| verkleinwoord | tipje | tipjes |
Zelfstandig naamwoord
tip m
- een uiterste punt van iets
- Ik zal een tipje van de sluier oplichten.
- een inlichting over iets
- Ik zal je een tip geven...
- een fooi
- Geef jij die dame eens een tip.
- een stukje rubber in de hak- of schoenzool tegen scheef afslijten
- De tip in mijn zool is weg.
Verwante begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| tippen |
tip