wiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wiek
enkelvoud meervoud
naamwoord wiek wieken
verkleinwoord wiekje wiekjes

Zelfstandig naamwoord

wiek v/m

  1. een vleugel van een windmolen
    De wieken van de molen kwamen in beweging.
  2. een pit van een lamp
Vertalingen

Meer informatie