naamval
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- naam·val
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | naamval | naamvallen |
| verkleinwoord | naamvalletje | naamvalletjes |
Zelfstandig naamwoord
naamval m
- (taalkunde), (grammatica) een buigingsvorm van een naamwoord, lidwoord of telwoord die de functie van dat woord in de zin aangeeft
- In het Duits worden vier naamvallen onderscheiden, namelijk de nominatief, de genitief, de datief en de accusatief.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- eerste naamval, tweede naamval, derde naamval, vierde naamval, nominatief, genitief, datief, accusatief, declinatie, flexie, verbuiging
Vertalingen
1. een buigingsvorm van een naamwoord, lidwoord of telwoord die de functie van dat woord in de zin aangeeft