translatief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- trans·la·tief
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | translatief |
| verbogen | translatieve |
Bijvoeglijk naamwoord
translatief
- (juridisch) door overdracht gebeurend
- De koop is een translatieve overeenkomst, vermits zij resulteert in de overdracht van een vermogensrecht.
- overbrengend
- Er zijn zelfs drukkerijen die vandaag de dag nog steeds zelfklevende etiketten drukken met deze bijzondere translatieve druktechniek.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | translatief | translatieven |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
translatief
- (taalkunde) naamval die een verandering aanduidt
- Translatieven komen voor in talen zoals Fins of Hongaars.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.