translatief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trans·la·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen translatief
verbogen translatieve

Bijvoeglijk naamwoord

translatief

  1. (juridisch) door overdracht gebeurend
    De koop is een translatieve overeenkomst, vermits zij resulteert in de overdracht van een vermogensrecht.
  2. overbrengend
    Er zijn zelfs drukkerijen die vandaag de dag nog steeds zelfklevende etiketten drukken met deze bijzondere translatieve druktechniek.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord translatief translatieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

translatief

  1. (taalkunde) naamval die een verandering aanduidt
    Translatieven komen voor in talen zoals Fins of Hongaars.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl