val

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • val
[A] + [B] + [C] enkelvoud meervoud
naamwoord val vallen
verkleinwoord valletje valletjes

Zelfstandig naamwoord

[A] val m

  1. algemeen: het omlaag gaan, de daling
  2. ten gevolge van de zwaartekracht naar beneden gaan
  3. het ten gevolge van de zwaartekracht onvrijwillig ergens op terecht komen
  4. hoogte van waarvandaan iets naar beneden valt
  5. van zijn macht beroofd worden
  6. richting van de stof, waarbij de figuren op de stof naar beneden gaan
  7. fruit dat uit de boom gevallen is, niet geplukt is
  8. beweegbare vloer van een ophaalbrug
  9. (Limburg) een naamval
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[B] val v/m

  1. apparaat met een vallende deur of klem met als doel dieren te vangen
  2. afhangende zoom of strook
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[C] val o

  1. (scheepvaart) zeilval, lijn waarmee een vlag, zeil of rondhout gehesen kan worden
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
vallen

val

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vallen
    Ik val.
  2. gebiedende wijs van vallen
    Val!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vallen
    Val je?


Faeröers

Zelfstandig naamwoord

val, o

  1. keuze
  2. verkiezing


Galicisch

Zelfstandig naamwoord

val m

  1. vallei


IJslands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

val, o

  1. keuze


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • val
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   val     valen     valer     valene  
genitief   vals     valens     valers     valenes  

Zelfstandig naamwoord

val, m

  1. inlaat
  2. ondiepte
  3. slagveld



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • val
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord val
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   val     valen     valar     valane  

Zelfstandig naamwoord

val, m

  1. inlaat
  2. ondiepte
  3. slagveld
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   val     valet     val     vala  

Zelfstandig naamwoord

val, o

  1. keuze
  2. verkiezing
Synoniemen


Roemeens

Zelfstandig naamwoord

val o

  1. golf


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

val, o

  1. keuze
  2. verkiezing

Zelfstandig naamwoord

val, g

  1. (dierkunde) walvis