boor

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Uub Uut Uuq Uup Uuh Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr

Inhoud

Nederlands

Boor
5B
Uitspraak
Woordafbreking
  • boor
Woordherkomst en -opbouw
  • [2] Afkomstig van het Arabische Buraq voor borax, een mineraal dat het voornaamste erts voor boorwinning is.
1 enkelvoud meervoud
naamwoord boor boren
verkleinwoord boortje boortjes

Zelfstandig naamwoord

boor v/m

  1. een rond zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken.
    Hij liet de boor per ongeluk op de grond vallen.
2 enkelvoud meervoud
naamwoord boor -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boor o

  1. (scheikunde), (element) een chemisch element en een zwart metalloïde.
    Waar wordt boor in gebruikt?
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

boor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boren.
  2. gebiedende wijs van boren.


Engels

enkelvoud meervoud
boor boors

Zelfstandig naamwoord

boor

  1. boerenheikneuter


Estisch

Zelfstandig naamwoord

boor

  1. (element) boor.
Persoonlijke instellingen