zink

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Fl Uup Lv Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Uitspraak
Woordafbreking
  • zink
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] In de Westerse Wereld wordt de ontdekking van zink veelal toegeschreven aan de Duitser Andreas Marggraf in het jaar 1746. Hij gaf het metaal de huidige naam 'zink'.
  • [B] Van “sinke” (1351-1400)
enkelvoud meervoud
naamwoord zink -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[A] zink o

  1. (scheikunde), (element) een scheikundig element met symbool Zn en atoomnummer 30. Het is een blauw/wit overgangsmetaal
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

enkelvoud meervoud
naamwoord zink zinken
verkleinwoord zinkje zinkjes

Zelfstandig naamwoord

[B] zink v/m

  1. (muziekinstrument) een meestal krom uitgevoerd koperblaasinstrument met vingergaten zoals bij een blokfluit
  2. (muziekinstrument) een orgelregister
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie



Werkwoord

vervoeging van
zinken

zink

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zinken
    Ik zink.
  2. gebiedende wijs van zinken
    Zink!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zinken
    Zink je?


Limburgs

Periodiek systeem der elementen (lim)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Uup Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Uitspraak
  • IPA: /ˈzɪŋk/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

zink o

  1. (scheikunde), (element) zink.
  2. atoomdeeltje van zink.
Verbuiging