zaag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaag
enkelvoud meervoud
naamwoord zaag zagen
verkleinwoord zaagje zaagjes

Zelfstandig naamwoord

zaag v/m

  1. (gereedschap) een gereedschap met een scherp getand metalen blad om voorwerpen in stukken te verdelen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
zagen

zaag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zagen
    Ik zaag.
  2. gebiedende wijs van zagen
    Zaag!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zagen
    Zaag je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen