boren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Boren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
boren
boorde
geboord
zwak -d volledig

Werkwoord

boren

  1. (overgankelijk) met een werktuig dat om zijn as draait een rond gat in iets maken
    Hij boorde een gat in de muur om er een schilderijtje te kunnen ophangen.
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

boren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boor

Meer informatie